Skip to main content

Wie is aansprakelijk voor kartelschadeclaims?

Advocaten:
Ruben Elkerbout
Linde Bremmer

Een baanbrekend arrest van het Hof van Justitie van de EU over de privaatrechtelijke reikwijdte van het Europese kartelverbod.

Het Europese Hof van Justitie (het Hof) is in een belangrijk arrest Skanska tot het oordeel gekomen dat vennootschappen die de assets hebben overgenomen van een ontbonden vennootschap aansprakelijk kunnen worden gesteld voor schade veroorzaakt door kartelgedrag van die ontbonden vennootschap. Het Hof biedt zo bescherming aan eenieder die schade leidt als gevolg van schending van het mededingingsrecht. Met dit arrest maakt het Hof duidelijk dat zij voor kartelschadeclaims dezelfde uitleg hanteert van het begrip ‘onderneming’ als bij kartelboetes.

De feiten

Een aantal Finse ondernemingen in de asfaltsector hebben zich schuldig gemaakt aan een kartel. In 2009 zijn deze ondernemingen door Finlands hoogste rechter veroordeeld tot een boete van € 83 miljoen. Voordat de Finse mededingingsautoriteit boetes had opgelegd, waren die ondernemingen ontbonden en hebben andere vennootschappen, waaronder Skanska Industrial Solutions Oy (SIS), NCC Industry Oy (NCC) en Asfaltmix hun commerciële activiteiten voortgezet. De hoogste Finse rechter heeft met toepassing van het in de Europese rechtspraak erkende criterium van de economische continuïteit, onder meer de verkrijgende vennootschappen SIS, NCC en Asfaltmix veroordeeld tot betaling van deze geldboeten.

Op grond van deze kartelbeschikking heeft de Finse stad Vantaa jegens SIS, NCC en Asfaltmix, een vordering ingesteld voor de te hoge prijzen voor de asfalteringswerkzaamheden die de stad als gevolg van het kartel zou hebben betaald. De vraag was niet alleen wie voor de schade op moest draaien nu een aantal van de kartellisten was geliquideerd, maar ook naar welk recht deze vraag – Europees of nationaal – moest worden beantwoord.

Het arrest

Het Hof maakt duidelijk dat de aansprakelijkheidskwestie naar Europees recht moet worden beantwoord. De werking van het Europese kartelverbod in artikel 101 VWEU brengt rechtstreekse gevolgen mee voor de privaatrechtelijke aansprakelijkheid van vennootschappen voor de schade, die door de nationale rechter moeten worden gehandhaafd. Het Hof herhaalt daarbij dat eenieder het recht heeft om vergoeding van de geleden schade te vorderen, indien deze schade een gevolg is van een inbreuk op artikel 101 VWEU. Aan bovenstaande uitleg wordt niet afgedaan door de Europese Richtlijn voor schadevordering (2014/104/EU) waaruit volgt dat de aanwijzing van de entiteit die de schade moet vergoeden een aangelegenheid is van de interne rechtsorde.

Het Hof drukt met dit arrest duidelijk haar stempel op de reikwijdte van het Europese kartelverbod in artikel 101 VWEU. Hoewel op grond van bijvoorbeeld het Nederlandse privaatrecht een rechtspersoon in beginsel slechts aansprakelijk is voor zijn eigen gedrag, kent het (Europese) mededingingsrecht een bredere invulling van het begrip ‘onderneming’ op grond waarvan een moedervennootschap bijvoorbeeld verantwoordelijk kan worden gehouden voor het gedrag van haar dochterondernemingen.

Vervolgens komt het Hof tot een inhoudelijk oordeel over wie er in deze kwestie aansprakelijk kan worden gehouden. Het Hof kiest hierbij ook voor een brede invulling van het begrip ‘onderneming’. Aan de doelstelling van het mededingingsrecht afbreuk zou worden gedaan, indien ondernemingen die aansprakelijk zijn voor de schade aan hun aansprakelijkheid kunnen ontsnappen door eenvoudigweg hun identiteit te veranderen door middel van herstructureringen, overdrachten dan wel andere juridische of organisatorische wijzigingen. Dit leidt ertoe dat indien de inbreuk plegende rechtspersoon niet langer bestaat, maar is overgenomen door een andere onderneming laatstgenoemde aansprakelijk kan worden gehouden voor de schade die is ontstaan door de inbreuk. Hiermee wordt de civielrechtelijke aansprakelijkheid voor kartelschade aanzienlijk verbreed.

Wat betekent dit arrest in de praktijk?

Het arrest Skanska heeft op twee fronten een belangrijke boodschap. Ten eerste bevestigt het Hof de volle werking van het Europese kartelverbod en de rechtstreekse gevolgen van het Europese mededingingsrecht in de betrekkingen tussen private partijen. Hierdoor wordt een ruime bescherming aan gedupeerden van kartelgedrag geboden. Ten tweede verduidelijkt het Hof dat verkrijgende rechtspersonen rekening moeten houden met een vergaande aansprakelijkheid voor de rechtspersoon (al dan niet op basis van een aandelentransactie of een activa-passiva transactie) die zij overnemen.