Verpanding van BTW vorderingen

Praktijk

  1. Een projectvennootschap (hierna de SPV) financiert de BTW component van facturen vaak voor door middel van een BTW faciliteit. De SPV zal bij zijn financier dan één of meer facturen voor het project indienen waarna de financier het bedrag van de BTW verschuldigd over die facturen ter beschikking stelt aan de SPV. Meestal loopt die voorfinanciering via een aparte BTW bankrekening van de SPV aangehouden bij die financier.
  2. Voordat de financier zo’n voorfinanciering beschikbaar stelt, wil hij bewijs ontvangen dat de SPV bij de Belastingdienst is geadministreerd als belastingplichtige voor omzetbelasting en dat de BTW rekening als zodanig bij de Belastingdienst is geadministreerd.
  3. Als vervolgens de teruggave van BTW door de fiscus aan de SPV plaatsvindt op die BTW rekening, boekt de financier het ontvangen bedrag af van de BTW rekening als aflossing op de BTW faciliteit. Als extra zekerheid zal de financier ook een pandrecht willen hebben op het vorderingsrecht van de SPV op de fiscus tot teruggave van de BTW (hierna de BTW vordering).

Verpanding BTW vordering

  1. BTW vorderingen zijn verpandbaar. Het pandrecht wordt gevestigd in een pandakte – meestal in de pandakte waarin ook alle overige vorderingen van de SPV aan de financier worden verpand – en de verpanding kan “openbaar” of “stil” plaatsvinden. Bij een openbaar pandrecht wordt mededeling gedaan aan de debiteur. In dit geval dus aan de fiscus. Bij een stil pandrecht wordt (nog) geen mededeling gedaan. De financier mag dan wel op een later moment alsnog mededeling van het pandrecht doen, vaak gebeurt dat als de SPV tekortschiet of als de financier vermoedt dat de SPV tekort gaat schieten.
  2. Instemming van de fiscus met de verpanding is niet vereist om het pandrecht te vestigen. Wel is de instemming van de fiscus van belang vanwege de verrekeningsbevoegdheid van de fiscus.
  3. Op grond van artikel 24 (1) Invorderingswet 1990 mag de fiscus bedragen die hij moet uitbetalen aan een belastingplichtige verrekenen met bedragen die hij nog moet ontvangen van de belastingplichtige. Om te voorkomen dat door een verpanding waarvan mededeling is gedaan de fiscus niet meer zou kunnen verrekenen, bepaalt artikel 24 (4) Invorderingswet 1990 dat de fiscus alleen niet meer mag verrekenen als hij heeft ingestemd met de verpanding op het moment dat het pandrecht aan de fiscus wordt medegedeeld.
  4. Voor de financier is het vanzelfsprekend prettig als de fiscus verpande BTW vorderingen niet meer kan verrekenen. Dan komt de BTW vordering namelijk binnen op de BTW rekening en kan de financier het ontvangen bedrag gebruiken als terugbetaling van de BTW faciliteit. De financier zal daarom willen dat het pandrecht openbaar wordt gevestigd en dat in de verpandingsmededeling ook meteen instemming van de fiscus met het pandrecht wordt gevraagd.
  5. Als de fiscus op het moment dat hij mededeling van het pandrecht ontvangt geen voor verrekening vatbare schuld te innen heeft van de SPV, dan is de fiscus verplicht om in te stemmen met de verpanding. De kans dat deze situatie zich voordoet, zal het grootst zijn voor aanvang van het project, aangezien de SPV dan nog niet of nauwelijks activiteiten ontplooit en waarschijnlijk nog geen belastingschulden heeft. De pandhouder kan ook later nog mededeling van het pandrecht doen en de fiscus om instemming vragen; zelfs tijdens het faillissement van de SPV kan dat nog. De kans dat de pandhouder dan de verrekening van de verpande BTW vordering door de fiscus zal moeten accepteren, wordt wel groter. De kans dat de SPV in een executiescenario belastingschulden heeft en de fiscus dus niet zal instemmen met de verpanding zal immers groter zijn dan kort na oprichting van de SPV.
  6. Overigens kan verpanding ook zinvol zijn als de fiscus niet instemt met het pandrecht. Het restant van de BTW vordering na verrekening is namelijk nog steeds verpand en kan worden geïnd door de financier / pandhouder.
  7. Tot slot – als de fiscus niet instemt met de verpanding kan de belastingplichtige binnen een week na de afwijzing daartegen in beroep bij de directeur van de Belastingdienst.

Vragen over projectfinancieringen? Neem contact op met Herman Wamelink, Sharon Kaufmann of Katinka van den Brink.

Praktijkgebieden

Ook interessant

Amsterdam Court of Appeal: Coty not confined to luxury products

On 14 July 2020, the Amsterdam Court of Appeal (the Court of Appeal) issued a judgment by which it confirmed …

FDI screening in The Netherlands: retroactive effect for legislation in the making

Despite rapid developments across the EU with respect to foreign direct investment (FDI) screening, the developments in this field were …

Is voor de verpanding van SDE+ inkomsten toestemming van de RVO nodig?

1. SDE+ en SDE++ in het kort Dat de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd drastisch naar beneden moet is glashelder. In …